in

86 dagen lag meneer De B. dood in zijn appartement en bij zijn uitvaart bleven alle dertien stoelen leeg

Terwijl al zijn buren dag in, dag uit hun leven leidden, lag Robert de B. (76) enkele meters van hen vandaan dood in zijn woonkamer.

Het duurde 86 dagen voor hij werd gevonden. Niemand had hem gemist. Wat is het verhaal achter het eenzame einde van deze geboren en getogen Utrechter?

‘Er is een man gestorven, en ik weet niet wie hij is. Wie hij was. Wat, waarom, noch hoe.’

Het is 6 augustus 2021. In een kleine ruimte in crematorium Noorderveld in Nieuwegein leest uitvaartbegeleider Elles van Dam de eerste zinnen van een gedicht voor.

Zacht, maar met gepaste rust tussen de zinnen. Ze richt zich naar het hoofdeinde van een lichte, eiken fineer kist.

Die is gesloten. Erop ligt één witte roos, die even daarvoor gekocht is door een collega-uitvaartbegeleider.

Aan weerszijden van de kist staat een houten pilaar waar brandende waxinelichtjes op staan, bij het voeteneinde van de kist staat een rij stoelen. Ze zijn leeg.

Onaangeroerd
Alle dertien zitplaatsen in de ruimte blijven vandaag onaangeroerd. Ook de tv, die doorgaans gebruikt wordt voor een herinnering aan de ceremonie of het draaiboek van de uitvaart van een overledene, blijft uit.

Er is geen draaiboek voor dit laatste afscheid. Er zijn enkel het gedicht en twee uitvaartbegeleiders. Geen familie of vrienden, geen buren, geen (vage) kennissen.

Wie is de man in deze kist? Hoe kon hij 86 dagen dood in zijn huis liggen, terwijl hij omringd werd door buren in een appartementencomplex? En waarom is er niemand op zijn uitvaart?

Vragen die niemand van de mensen die zich nu met hem bezighouden kan beantwoorden. Zij kennen meneer De B. ook alleen maar omdat hij op deze manier aan zijn einde kwam.

‘Er is een man gestorven en ik weet niet eens waaraan. Het doet er ook niet toe. Ik ken zijn leeftijd en zijn naam.’

Het is even na elf uur ’s morgens op dinsdag 27 juli als in de meldkamer van de politie in Utrecht een bericht binnenkomt van een Utrechtse huisarts.

Agent Peter Brons hoort de zorgen aan: een patiënt is al een tijd lang niet gezien. Eind april had hij een afspraak staan voor zijn tweede coronavaccinatie, maar daar was hij niet komen opdagen.

Hij nam zijn telefoon niet op en toen ze langs zijn huis ging tijdens haar ronde, werd er niet open gedaan.

Basisadministratie
Brons en zijn collega’s proberen de man eerst telefonisch te bereiken. Zonder succes. Ze duiken in de gemeentelijke basisadministratie.

Daar komt weinig uit; behalve dat het lijkt of de man geen sociaal netwerk om zich heen heeft. „Bij deze melding gingen eigenlijk direct alarmbellen af. We besluiten ter plekke te gaan kijken.”

De agenten vertrekken naar een op de Kromme Rijn uitkijkend appartementencomplex aan de Waterhoenhof in Utrecht.

De brievenbus van de man, een kastje in het complex waar hij op één hoog woont, lijkt aan de volle kant. Ondanks de nee/nee-sticker. Wéér een alarmbel.

”Met geweld de deur openmaken vonden we niet nodig; dat geeft een hoop schade”
– Peter Brons, Politieagent

Na meerdere keren aanbellen blijft de deur gesloten. Van in de buurt werkzame bouwvakkers lenen de agenten een steiger zodat ze van buitenaf in het appartement kunnen kijken.

De langste agent klimt op de steiger, maar heeft onvoldoende zicht. De woningcorporatie en een slotenmaker worden ingeseind.

„Het was aannemelijk dat de man thuis was. Beroepsmatig wisten we eigenlijk al hoe laat het was. Met geweld de deur openmaken vonden we niet nodig; dat geeft een hoop schade.”

Deuropening
Een slotenmaker komt naar het complex om de deur te openen. Met twee collega’s gaat Brons het appartement in. Ze komen in een lange gang, met deuren die naar andere ruimtes leiden.

Eén voor één maken de agenten de deuren open. Als Brons in de deuropening van de woonkamer staat, ziet hij direct voor wie hij komt.

Meneer De B. ligt naast zijn eettafel. Midden in zijn woonkamer, in foetushouding, op het tapijt. Brons ziet hoe er een kussentje onder zijn hoofd ligt.

Een naar gevoel overvalt hem. „Heeft hij daar lang gelegen? Voelde hij zich misschien niet lekker, of had hij iets gebroken en kon niet meer opstaan? Heeft hij daarom dat kussentje gepakt? Hoopte hij op hulp?”

Hoe het hoofd van de meneer op het kussentje lag, staat hem scherp bij. Daarbij denkt hij ook aan het feit dat hij een maand eerder in ditzelfde complex was, maar dan een verdieping hoger en voor een andere situatie. Lag deze meneer er toen ook al, op zijn kussentje?

”Heeft hij daarom dat kussentje gepakt? Hoopte hij op hulp?”
– Peter Brons, Politieagent

Op dat moment, die 27ste juli, moet Brons handelen. De huisarts moet komen, er moet onderzocht worden of de man natuurlijk is gestorven.

De agenten bekijken de woning. Ze zien dat de post niet meer geopend is sinds begin mei, dat pakken melk en broodbeleg in de koelkast sinds die tijd over de datum zijn.

Het overlijden wordt vastgesteld op 3 mei. Brons ziet dat De B. op dat moment 76 jaar oud was, maar toch 77 jaar op aarde is geweest: precies een week voor meneer De B. werd gevonden was hij jarig. Of zou hij jarig zijn geweest.

Er is een man gestorven en ik weet niets van zijn dagen. Geen van de dagen aan dat schamele verscheiden voorafgegaan.’

De agenten doen een melding bij Rouwservice Nederland, de organisatie die ten tonele komt als iemand is overleden en verzorgd, vervoerd en/of opgebaard dient te worden.

Werknemer Johan de Graaf hoort de boodschap: iemand is thuis overleden en lag daar waarschijnlijk al vanaf begin mei.

Lees ook  Moeder wordt één van oudste vrouwen die tweeling krijgt op haar 60e – oudste dochter ‘onterft haar’

Met een collega stapt De Graaf in een bus en koerst naar Utrecht-stad. Onderweg is er één vraag die besproken wordt: hoe kan dit? Hoe kan het zijn dat deze man niet gemist werd?

Keurig gekleed
Werktechnisch vraagt De Graaf zich stilletjes af wat ze zullen aantreffen in de woning, hoe het weer van invloed kan zijn op de situatie die ze gaan zien.

Aangekomen bij het appartementencomplex laat de politie hen binnen. Ze lopen één trap op, stappen de woning binnen.

Voorzichtig komt De Graaf dichter bij de meneer die daar op zijn tapijt ligt. De Graaf kijkt naar hem, hoe hij daar ligt in zijn nette donkerblauwe broek, een blauwe trui en daaronder een blouse. Keurig gekleed. Het blijft De Graaf bij.

„In de zeven jaar dat ik dit werk doe, heb ik verschillende keren meegemaakt dat iemand eenzaam overleed en we die persoon pas veel later vonden.

Maar dat betreft meestal kluizenaars, verzamelaars. Mensen die bewust kiezen om niet buiten te komen, om geen contacten te hebben. Mensen die niet direct gemist worden als ze overlijden.”

”Maar deze meneer had een erg opgeruimd huis. Heel netjes, alles had z’n plek”
– Johan de Graaf, Rouwservice Nederland

Met die ervaringen in het achterhoofd verwachtte De Graaf in eerste instantie dan ook een woning gevuld met rondslingerende flesjes bier en pakjes sigaretten; hij heeft het meer dan eens gezien.

„Maar deze meneer had een erg opgeruimd huis. Heel netjes, alles had z’n plek.” Wat ook opvalt is dat er geen enkel insect in de woning te vinden is. „Ik moet zeggen dat dat in vergelijkbare situaties vaak het geval is. Hier helemaal niet.”

Zacht
De Graaf en zijn collega buigen zich over meneer de B. heen; tillen hem voorzichtig van zijn tapijt en leggen hem in een hoes, op een brancard.

Waar je het over hebt op zo’n moment? „We praten technisch; over hoe je dit zo netjes en zacht mogelijk doet.”

De Graaf en zijn collega tillen meneer De B. naar beneden en brengen hem naar een mortuarium.

Er is een man gestorven op een datum van de dag niet dat hij stierf, maar toen men hem vond. Het doet er niet echt toe.’

De volgende ochtend staat een journalist van AD Utrechts Nieuwsblad voor de deur waarachter meneer de B. 36 jaar gewoond heeft.

Hij ziet het naambordje met een voorletter en achternaam, ziet de gordijntjes die op eerste gezicht al decennialang mee gaan.

De journalist spreekt met omwonenden, hoort hoe een buurvrouw er nog beduusd van is. „Ik heb er niet van geslapen.

Het idee dat er iemand vlak naast je al maanden geleden is overleden, doet pijn. Dat hij daar lag terwijl ik tv zat te kijken. Verschrikkelijk toch?’’

De journalist hoort hoe ze vol respect over haar buurman praat, die ze altijd aansprak met zijn achternaam. Van voren heet hij René, zegt ze.

Het contact was oppervlakkig, vluchtig, onregelmatig. Zoals hij met niemand écht contact had, zo leek het.

”De buren wisten niet eens dat zijn naam Robert is”
– Peter Brons, Politieagent

Later die dag wordt het verhaal dat de journalist schrijft gepubliceerd. Politieagent Brons leest het en belt de redactie. „De buren wisten niet eens dat zijn naam Robert is”, zegt hij, zijn stem fel.

„Dat moet rechtgezet worden. Dat ze zijn echte naam niet weten maakt het nog meer een opeenstapeling van triestigheid.”

Er is een man gestorven en ik weet niet eens wanneer precies, niet hoe, ik weet alleen maar waar. Ik ken alleen het einde.

Ondertussen buigen verschillende instanties zich over de situatie van meneer De B. Zo’n casus komt een paar keer per jaar voor, maar is iedere keer compleet anders.

Er moet veel uitgezocht worden. Is deze meneer verzekerd? Heeft hij nabestaanden? Wie kan of moet zijn uitvaart organiseren en wie maakt de keuzes?

Pas op donderdag 5 augustus krijgt uitvaartbegeleider Koen Kollaard van Kollaard & Terra Nova Uitvaartzorg een telefoontje: er is een man overleden en er is een polis gevonden met hun naam erop.

Of Kollaard dit sterfgeval op zich wil nemen. Oh, er is geen familie bij betrokken. Ook geen andere naasten. Nee, ook geen buren.

Kollaard heeft op dat moment vakantie, maar neemt meneer de B. toch onder zijn hoede. „Deze meneer heeft hier 76 jaar rondgelopen, en dan is er nu helemaal niemand.”

”Deze meneer heeft hier 76 jaar rondgelo­pen, en dan is er nu helemaal niemand”
– Koen Kollaard, Uitvaartbegeleider

Kollaard regelt al het benodigde papierwerk, belt het crematorium, gaat langs de GGD omdat meneer volgens officiële maatstaven te laat wordt begraven, komt erachter dat diens uitvaartverzekering er door zijn verblijf in het mortuarium al doorheen is.

En dus betaalt Kollaard de laatste kosten die meneer De B. zal maken vanuit het bedrijf. „Ik kan hier heel moeilijk over doen, maar waarom zou ik?

Deze man verdient een waardig afscheid, we gaan hier niet op beknibbelen. Hij krijgt ook gewoon een nieuwe kist. We zouden kunnen kiezen voor bijvoorbeeld een beschadigd exemplaar, maar dat wil ik niet.”

Eenvoud
Kollaard kiest een lichte, eiken fineer houten kist met bijpassende handgrepen. Een model waarmee weinig mis kan gaan, weet hij. „Dit is in alle eenvoud nog steeds de meest gekozen kist.”

Er is een man gestorven, het adres van waar hij werd gevonden in een huis dat het zijne was. Het was zijn thuis, dat doet er toe.’

Op vrijdag 6 augustus zal de ‘technische uitvaart’ van De B. plaatsvinden in Nieuwegein. ‘Technisch’, omdat er geen persoonlijke rituelen zullen zijn, er geen zaal gehuurd wordt, er achteraf geen koffie met cake zal zijn.

Lees ook  Ik ben magnetisch na contact met een gevaccineerde

Het is alleen de kist, die daar even zal verblijven, tot het ‘technische’ deel van de crematie begint. Maar wat gaan ze zeggen?

Kollaard benoemt hoe raar het voelt dat hij niks weet over de man in de kist. Hij weet slechts hoe de man heet, hoe oud hij was, waar hij woonde, waar hij overleed.

Via Facebook en Google zoekt hij naar meneer De B. Hij vindt niks. Kollaard besluit naar het huis van De B. te gaan en spreekt daar een buurvrouw aan. Ze vertelt Kollaard hoe naar ze de situatie vindt. En wat ze van hem weet.

Huisje aan het water
Hij woonde hier al sinds het appartement is gebouwd. Was klusjesman in zijn werkzame leven. En hij was graag in zijn vakantiehuisje.

Dat was aan de Maarsseveense Plassen, of aan de Vinkeveense Plassen. Een huisje aan het water, in elk geval.

Op de dag van de crematie komen komen Kollaard en collega Van Dam samen in een restaurant. De onstuimige zomerdag brengt harde regenval en snel overwaaiende wolken.

Kollaard bestelt warme chocolademelk. Ook voor hem, sinds 2000 in het vak, is dit een bijzondere aangelegenheid.

„Wij maken één of twee keer per jaar mee dat iemand eenzaam overlijdt en geen naasten lijkt te hebben. Maar eigenlijk duiken er gaandeweg altijd mensen op.

Worden lang woekerende familieruzies opgelost, meldt er toch een vriend van vroeger zich, willen buren naar de uitvaart.

We hebben het wel eens gehad dat alleen de huishoudster aanwezig was. Maar bij deze uitvaart komt er niemand.”

”We hebben het wel eens gehad dat alleen de huishoud­ster aanwezig was”
– Koen Kollaard, Uitvaartbegeleider

Of dat ook de wens van meneer De B. is, zal waarschijnlijk altijd een vraag blijven. „Ze zeggen wel eens ‘je sterft zoals je leeft’”, zegt Kollaard. „Misschien was een teruggetrokken bestaan zijn wens. Maar misschien ook helemaal niet.”

Uitstrooien
Het is ook voor het eerst dat Kollaard straks verantwoordelijk is voor de as van meneer De B. „Dat zullen we, zoals gebruikelijk, een maand na de crematie ophalen.

Wat we er dan mee gaan doen weten we nog niet. Kijken of we het kunnen uitstrooien op een plek die iets voor deze meneer betekende.”

Het crematorium belt: om half vijf kan de crematie plaatsvinden. Kollaard en Van Dam stappen in hun auto’s en nemen de toeristische route naar het crematorium.

Onderweg moet er gestopt worden, Kollaard wil een roos halen. „Misschien hield hij wel helemaal niet van rozen. Maar een witte is vrij onschuldig, dacht ik.”

Gedicht
Met de roos in zijn ene hand, en een stapel documenten in de andere, loopt Kollaard het crematorium binnen.

In een kleine ruimte, ingeklemd in het grote uitvaartcomplex met meerdere grote uitvaartzalen, ligt meneer De B. in een kamer waar uitvaarten in kleine kring plaatsvinden.

Het duurt een klein half uur voor de oven gereed is. Tot die tijd hebben Kollaard en Van Dam de tijd de gegevens van De B. te controleren en om het gedicht voor te dragen.

Als er niemand in de buurt is, kijkt Kollaard ook nog even in de kist. „Een standaard procedure voor mij, zo weet je tot op het laatste moment zeker dat je de juiste voor je hebt”, zegt hij. Met een bevestigende knik sluit hij de kist weer; dit is meneer De B.

”Stel dat ik iets van André Hazes had gekozen, terwijl hij van André Rieu hield”
– Kopen Kollaard, Uitvaartbegeleider

De ruimte vult zich met stilte. Muziek uitkiezen was te lastig, vond Kollaard. Het is door zijn hoofd heen geschoten, maar wat moest hij dan kiezen? „Stel dat ik iets van André Hazes had gekozen, terwijl hij van André Rieu hield.”

Van Dam ontvouwt een papier met daarop het gedicht. Haar stem klinkt kalm als ze begint met voordragen.

Na iedere zin kijkt ze even naar het hoofdeinde van de kist, alsof ze wil zeggen ‘we laten je niet gaan zonder stil te hebben gestaan bij jouw bestaan.’

Dragers
Een klop op de met bloemen bedrukte schuifdeuren in de ruimte duidt aan dat het tijd is om verder te gaan.

De deuren gaan open. Waar bij veel uitvaarten nu zes dragers zich aan weerszijden van de kist zouden melden, zijn het nu enkel Kollaard en Van Dam die de kist naar de volgende ruimte begeleiden. Om de bocht te kunnen maken moeten ze wel alle zes de handvatten een duwtje geven.

Het tweetal tilt de kist op een tilarm voor het nog dichte luik van de oven. Een werknemer van het crematorium vraagt aan Kollaard of hij er klaar voor is. Dat is hij.

Met een druk op de knop van het bedieningspaneel gaat het grote luik van de oven open. De tilarm heft de kist van meneer De B., tot deze op gelijke hoogte met de grote, warme ingang is.

Kollaard knikt weer naar de man met het bedieningspaneel. Die drukt. De kist glijdt naar binnen. Als het eikenhout met een zachte plof in het warme donker landt, verschijnen er kleine vonkjes rondom de kist.

Net fonkelende sterretjes, die meneer De B. omarmen en zeggen ‘het is goed, meneer De B. Wij blijven bij je.’

‘Er is een man gestorven, geen familie, geen vrienden hier aanwezig, die treuren om zijn heengaan. Er is een mens gestorven met een leven, met een hart, een ziel, hij heeft toch echt bestaan.’

Gedicht van D. Starik, aangepast door Elles van Dam

Britse tiener sluit opmerkelijke vriendschap met hommel: “Betty volgt me overal, tot de bowlingzaal toe”

Turkse soldaten ontfermen zich over Afghaanse baby die gescheiden raakte van moeder op luchthaven Kaboel